Hoe word je 60, en blijf je toch jong?

“Het Songfestival is niet meer wat het ooit geweest is,” is een veel gehoorde jammerkreet van nostalgische fans. Ze hebben gelijk: net als ieder andere 60-jarige heeft het Songfestival veranderingen moeten ondergaan om jong en vitaal te blijven. De aanstaande 60e verjaardag van het Songfestival is een mooi moment om terug te blikken op een aantal van die veranderingen. • Door: Emma Coolen •

Het is 1956. Het allereerste NTS-journaal is net op de Nederlandse televisie geweest, Abe Lenstra scoort twee keer voor het nationale elftal in een 1-2 overwinning op regerend wereldkampioen West-Duitsland en in Monaco trouwt prins Reinier met Grace Kelly. Niet veel later vindt er nog een historische gebeurtenis plaats. Op 24 mei openen de klanken van Jetty Pearl’s ‘Vogels van Holland’ officieel het eerste Eurovisie Songfestival in Lugano, Zwitserland. Wat de artiesten, juryleden en het aanwezige publiek op dat moment nog niet weten is dat het festival uit zal groeien tot een van de grootste televisie-evenementen, met meer dan 30 deelnemende landen en vele miljoenen kijkers.

Natuurlijk heeft de show van toen wel een aantal veranderingen moeten ondergaan om mensen anno 2015 nog steeds te boeien. Afgelopen week nog maakte de EBU bekend dat nota bene Australië mee gaat doen in Wenen! De aanstaande 60e verjaardag van het Songfestival is een mooi moment om terug te blikken op een aantal  veranderingen door de jaren heen. Welke zijn geslaagd, welke wat minder, en waren sommige nou wel echt nodig? En wat moet er veranderen om ook de komende 60 jaar publiek door heel Europa aan de buis te kluisteren? Kortom: hoe word je 60, en blijf je toch jong?

Deelnemersaantal
Een van de meest in het oog springende veranderingen sinds 1956 is een grote toename in het aantal deelnemers. Waren het destijds slechts zeven landen die elk met twee liedjes aantraden, in de recordjaren 2008 en 2011 barstte het festival bijna uit zijn voegen met 43 deelnemers. Door de jaren heen heeft de EBU op verschillende manieren het steeds groeiende aantal gegadigden geprobeerd te verdelen. Dit begon al in 1993, met een aparte voorselectie voor de landen uit het op dat moment net uit elkaar gevallen Joegoslavië. Zeven landen vochten het met elkaar uit tijdens Kvalifikacija za Millstreet, en alleen Bosnië-Herzegovina, Kroatië en Slovenië mochten uiteindelijk in Ierland ‘voor het echie’ aantreden.

Dat dit geen blijvende oplossing was doorzag de EBU ook, en in 1996 werd er een audio-voorselectie gehouden. Alle 29 landen die mee wilden doen moesten hun nummer enkele weken voor het festival eerst door een professionele jury laten beoordelen, waardoor zes liedjes het Eurovisiepodium nooit haalden. In 1994, 1995 en in de periode 1997-2003 werden landen beoordeeld op basis van hun behaalde resultaten over de afgelopen vijf jaar, waardoor ook Nederland twee keer gedwongen verstek moest laten gaan. In 2004 kwam de EBU eindelijk met een permanente oplossing voor het probleem: de invoering van eerst één, en daarna twee halve finales.

Hendrik Kramer toonde op deze site al eens aan dat het opsplitsen van de halve finales een succesvolle ingreep was. Die nieuwste opzet met twee halve finales kan dan ook op draagvlak rekenen bij de deelnemende landen, en de uitzendingen doen in populariteit niet veel onder voor de ‘Grand Final’. De EBU lijkt dus een blijvende oplossing gevonden te hebben. Het deelnemersaantal gaat de komende jaren immers niet meer explosief toenemen. Elk jaar zijn er landen die zich vanwege uiteenlopende redenen terugtrekken, en dit houdt de landen die na afwezigheid terugkeren nagenoeg in balans. Zelfs als ‘extra’ landen als Liechtenstein, Kosovo en Kazachstan plotseling allemaal mee willen doen zal de opzet met twee halve finales nog vele jaren meekunnen.

Wel of geen taalregel?
Een toenemend aantal deelnemers betekende ook dat de discussie over taal keer op keer oplaaide. In de jaren 1966-1972 en 1978-1998 was het namelijk verplicht dat inzendingen gezongen werden in een van de officiële talen van het deelnemende land. Ondanks dat het in de Europese spirit is om trots te zijn op onze diversiteit, bleken Engelstalige landen hierdoor een oneerlijke voorsprong te hebben. De taalregel werd in 1999 voor de laatste keer afgeschaft.

Dit heeft ertoe geleid dat landen de taalbarrières op hun eigen manier proberen te verbreken, onder andere door inzendingen in niet-bestaande talen in te sturen (België 2003, 2008; Nederland 2006). Ook Tahitiaans (Monaco 2006), Swahili (Noorwegen 2011), en verschillende Estse, Litouwse en Duitse dialecten kwamen al een keer voorbij. Nog altijd is het merendeel van de inzendingen in het Engels, maar de openstelling van de taalregel geeft ook ruimte aan bredere experimenten, die het leed van het gemis van een taalkundig divers veld deels kunnen verzachten.

Technologische vooruitgang
Niet alleen qua opzet is er het nodige veranderd in de afgelopen 60 jaar, ook technisch zijn er grote sprongen gemaakt. Het Songfestival ontstond in de hoogtijdagen van de technische ontwikkelingen, en slechts 45 jaar na de eerste kleurenuitzending (1968) werd het festival voor het eerst uitgezonden in UltraHD, ofwel 4K (2013), een formaat dat een halve eeuw eerder alleen nog bestond in science-fictionverhalen. En alhoewel deze technische vooruitgang niemand voor het hoofd gestoten zal hebben, zijn andere veranderingen minder jubelend onthaald.

Metropole Orkest - 1970Veel fans hekelen nog altijd het verdwijnen van het orkest. In 1999, het jaar dat livemuziek voor het eerst optioneel werd, bekritiseerde Johnny Logan het festival openlijk, en noemde het ‘karaoke’. Vijf jaar later werd livemuziek zelfs verboden, en op het podium aanwezige instrumenten mochten niet meer live bespeeld worden.

De EBU zelf geeft de financiën als belangrijkste reden voor deze verandering. Ook zou een orkest de deelnemers te veel beperken in de beschikbare muziekstijlen. De afschaffing van het orkest gebeurde niet toevallig rond dezelfde tijd als de opkomst van de elektronische muziek, in de late jaren ’90 en vroege jaren ’00. En ondanks dat de muziek dan wel niet meer live is, moet er op het festival wel degelijk live gezongen worden, en mogen ook op de backing track geen stemmen staan (sorry Doris Dragović, Robin Stjernberg).

Stemprocedure
Na verschillende jurysamenstellingen en puntentellingen werd in 1975 het tot op de dag van vandaag gebruikte 12-puntensysteem geïntroduceerd. Deze verandering was met name nodig omdat er veel kritiek was gekomen op de dramatische uitslag van 1969, waarbij vier landen met evenveel punten bovenaan eindigden. Hoewel ook deze nieuwe regel door de jaren heen nog verschillende keren aangescherpt zou worden, is het principe nog steeds hetzelfde: elk land geeft 1 t/m 8, 10 en 12 punten.

De grootste verandering sindsdien heeft plaatsgevonden in 1997, toen voor het eerst geëxperimenteerd werd met televoting in vijf van de 25 deelnemende landen. Vanaf 1998 tot en met 2008 werden de resultaten volledig bepaald door het publiek, tot de vakjury’s in 2009 weer terugkeerden. Zij kennen tegenwoordig de helft van de te verdelen punten toe.

Pre- en post-Baku
1970-2014stageMet het groeiende succes van de show kwam met de jaren ook een explosieve kostenstijging voor de productie ervan. De nieuwe standaard werd gezet aan het begin van deze eeuw, met een spectaculaire licht- en geluidshow vol vuurwerk en andere sensationele stunts. Sindsdien zijn de benodigde financiële middelen voor de organisatie elk jaar een zwaardere last geworden op de schouders van het gastland.

Dit ging door tot 2012, toen Azerbeidzjan alle superlatieven overtrof en in de hoofdstad Baku de Crystal Hall speciaal bouwde voor het Songfestival. Totale kosten voor de organisatie dat jaar: een geschatte 140 miljoen euro. Malmö 2013 werd op dat vlak een keerpunt. De Zweedse omroep SVT produceerde de show, op verzoek van de EBU, op een strak budget, dat veel lager lag dan de telkens toenemende miljoenenrekeningen van de organisaties ervoor. ‘De technische wedloop is voorbij’, zei Martin Österdahl, executive producer van dat jaar. Deze verandering was onvermijdbaar. Er zijn weinig landen die een show kunnen neerzetten die evenveel kost als het nationaal product van een klein land. En ondanks dat de kosten van Kopenhagen 2014 uiteindelijk drie keer boven budget gingen, kostte ook deze editie slechts een fractie van de show van twee jaar eerder.

De introductie van de ‘Big Four’ in 2000, later ‘Big Five’, toen Italië erbij kwam in 2011, moet de kostenlast iets drukken. Deze opzet, hoewel volgens de EBU noodzakelijk voor het voortbestaan van het festival, kan echter op veel kritiek rekenen. Onlangs haalde Turkije het bestaan van de Big 5-constructie nog aan als één van de redenen waarom het niet langer meer mee wil doen.

Deelnemers buiten Europa
Al langere tijd was duidelijk dat niet-Europese landen als Marokko, of twijfelgevalletjes als Turkije en de Kaukasus, mee konden doen aan het Songfestival. Zo lang de omroep maar EBU-lid was, kon dat allemaal geregeld worden. De laatste jaren baande echter ook Australië zich een weg naar voren. In Malmö bereidde omroep SBS al een filmpje voor, in Kopenhagen verzorgde Jessica Mauboy de pauze-act, en van de week werd bekend dat Australië in Wenen ‘voor het echie’ meedoet.

De deelname van Australië is eenmalig, speciaal ter ere van de 60e verjaardag van het Songfestival. Toch sluit de EBU toekomstige deelnames van Australië, of zelfs andere niet-Europese landen niet uit. “Het Songfestival heeft altijd open gestaan voor verandering. Wie weet wat er in de toekomst nog gaat gebeuren?”

Houdbaarheid van het huidige festival
Het Songfestival als mega-evenement heeft laten zien verschillende financiële crises te kunnen overleven, en zelfs te kunnen gedijen in jaren waarin globale voetbaltoernooien en troonswisselingen vechten om de aandacht van het televisiekijkende publiek. Ondanks dat veel landen tegenwoordig kiezen voor interne selectie, is het in andere nog rendabel om een grote nationale voorronde te organiseren. In landen als Zweden, Hongarije en Litouwen zijn deze voorselecties zelfs over meerdere avonden verspreid. Dit in combinatie met het globaliserende effect van internet, maakt het Songfestival meer een meer tot een year round evenement, dat in de zomermaanden even pauze houdt, maar daarna alweer in alle hevigheid losbarst.

Hoe nu verder?
Natuurlijk zal het Songfestival met zijn tijd mee moeten gaan. De organisatie van 2014 is niet bang geweest om nieuwe stappen te zetten in de wereld van sociale media, om het publiek bij de show te betrekken. Waar elk gastland voor op zijn hoede moet zijn is dat dit niet doorslaat in een populariteitsverkiezing, waarbij te pas en te onpas dingen als ‘#MILF’ worden geroepen, om maar zo goed mogelijk aan te slaan bij de jeugdige kijkers.

Het inkorten van het voorlezen van de stemmen (2006) heeft de lengte van de show goed gedaan. Zelfs voor een programma als het Songfestival, dat slechts één keer per jaar plaatsvindt, is het een grote stap de gemiddelde televisiekijker 2 uur (halve finale) of 3,5 uur (finale) van zijn tijd te vragen. Technisch gezien moet de EBU mee met de laatste trends en ontwikkelingen, maar wordt het niet geacht zelf een pionier te zijn. Creatieve cameratechnieken en nog nooit eerder vertoonde shots van de artiesten zijn mooi meegenomen, maar moeten wel binnen het budget van het ‘Songfestival 2.0’, het post-Baku tijdperk, passen.

Katie BoyleHoe blijf je jong?
Terugkijkend op de afgelopen 60 jaar heeft het Songfestival een bijna volledige gedaanteverandering ondergaan. Wat ooit begon als een chique avondje uit voor de upper class van Europa, is tegenwoordig het grootste volksfeest van het continent. De EBU heeft de komende jaren de ruimte om het Songfestivalformat verder te ontwikkelen, om ervoor te zorgen dat Europe’s favourite TV-show ook over 60 jaar nog succesvol is. Wat de geschiedenis ons namelijk vooral geleerd heeft, is dat één mislukt experiment nog niet het einde van het Songfestival betekent. In vele gevallen leidt zoiets juist tot onvoorziene, creatieve aanpassingen die het programma alleen maar ten goede komen. De organisatie zal zich niet elk jaar even geliefd maken door dingen te veranderen, maar het zijn juist deze veranderingen die het festival al 60 jaar ‘jong’ houden. Als je niet bang bent om af en toe iets geks te doen, kan dit zomaar hele mooie televisie opleveren.


2 Comments


  1. // Reply

    Het songfestival is ten dode opgeschreven.


  2. // Reply

    Het Songfestival leeft als nooit tevoren, en zal zich aanpassen en blijven doorgaan. Wat een geweldig evenement blijft het toch, en hulde voor alweer een super artikel van ESF Magazine!:)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *