Songfestival moet nu volwassen worden in Centraal Europa

Centraal-Europa maakte een Revival door op het Songfestival van 2014. Maar hoe komt het nu dat deze regio aanvankelijk zo slecht presteerde? In het tweede artikel van onze najaarsreeks gaat Emma Coolen op zoek naar het antwoord. “Het Songfestival heeft in Centraal Europa nooit een cultuurstatus bereikt.” • Door: Emma Coolen •

Nieuw elan
Met de overwinning van Conchita Wurst voor Oostenrijk kwam er een einde aan een lange onsuccesvolle periode voor de landen uit Midden-Europa op het Songfestival. Daarvóór was het Céline Dion, nota bene een Canadese van geboorte, die 26 jaar eerder de laatste zege voor een Centraal Europees land binnenhaalde. Hoe komt het nu dat deze regio collectief zo slecht presteert?

Austria 2014 - Conchita WurstEerst even de feiten. Tot vorig jaar hadden de landen in Midden-Europa een ronduit dramatische staat van dienst. Zo moest Polen al zes keer de finale missen sinds de invoering van de halve finales in 2004 en Zwitserland was er maar liefst zeven keer niet bij. De Zwitsers zijn bovendien in het bezit van vier laatste plaatsen sinds 1998. Slowakije en Tsjechië is het nog geen enkele keer gelukt om de halve eindstrijd te overleven, en Oostenrijk werd in de twee keer dat het wél de finale haalde roemloos 21e (2004) en 18e (2011). Hongarije presteert van alle landen misschien nog wel het best, met name door een stijgende lijn sinds de terugkeer in 2011. Daarvoor bleven de Hongaren veelal hangen in de voorronde.

Ter vergelijking: Roemenië, Oekraïne en Rusland misten nog nooit de finale, en de twee laatstgenoemden eindigden respectievelijk acht en negen keer in de top 10 in de laatste twintig jaar. Maar hoewel de resultaten van Midden-Europa hiermee in sterk contrast staan, komen ze redelijk overeen met de succespercentages van landen uit het westen. Zo haalden Nederland en België allebei ook acht keer de finale niet, wist voormalige grootmacht Ierland sinds 1999 slechts drie keer de top 10 te halen en zijn ‘Big 5’-landen Frankrijk en Groot-Brittannië al jarenlang steevast bezoekers van het rechterrijtje. Is de situatie in Midden-Europa eigenlijk wel zo erg?

Negatieve trend
De negatieve trend in het voorbije decennium valt op. De Centraal Europese landen zijn, met name sinds de invoering van de halve finales, over de gehele linie slechter gaan presteren, met een aantal afhakers tot gevolg. Zo keerde Tsjechië niet terug nadat er op het festival van 2009 voor de derde keer op rij geen finale werd gehaald, en Slowakije gooide de handdoek in de ring na vier aaneengesloten gemiste finales (2009-2012). Ook aanstaand gastland Oostenrijk heeft in de afgelopen tien edities al vier keer verstek laten gaan, onder andere door tegenvallende resultaten en een afname van interesse in het Songfestival in het eigen land.

Hoe komt het dat dit negativisme in Centraal Europa zó snel van de grond komt? Waarom kan Nederland acht keer op rij de finale missen zonder af te haken, terwijl in Tsjechië men al na drie jaar het bijltje erbij neergooit? Dit heeft alles te maken met de geschiedenis in combinatie met de status van het Songfestival. In Nederland, aanwezig op het Songfestival vanaf de eerste editie in 1956, is het evenement langzaamaan verweven geraakt met de nationale cultuur. In 2013 werd het festival door toenmalig TROS-directeur Peter Kuipers nog in één adem genoemd met de wedstrijden van het Nederlands elftal en de Elfstedentocht. ‘Het Eurovisie Songfestival is beschermd en draagt bij aan onze nationale trots,’ waren zijn woorden. ‘Dat zenden we altijd uit.’

Romania 2014 - Paula Seling & OviIn veel Oost-Europese landen heeft het Songfestival in rap tempo zo’n zelfde cultuurstatus bereikt. Het grote succes, soms direct na toetreding, houdt het festival populair en actueel. Landen als Oekraïne en Azerbeidzjan doen pas kort mee en hebben allebei al een overwinning op hun palmares, bovendien zonder ook maar één keer de finale te hebben gemist. Rusland is er al iets langer bij, maar heeft sinds 2000 ook al zes keer in de top 3 gestaan (en daarvan één keer gewonnen). In Roemenië werd tot nu toe de finale elke keer gehaald, en bovendien eindigden de Roemenen recentelijk twee keer op de 3e plaats (2005, 2010 zie foto).

Het probleem van de landen in Midden-Europa is dat ze in hun relatief lage aantal deelnames weinig tot geen succes hebben geboekt, waardoor de Songfestival-gekte nooit echt van de grond heeft kunnen komen. Dit geldt met name voor Tsjechië, Hongarije en Polen. Maar ook in Zwitserland en Oostenrijk, deelnemers sinds jaar en dag, heeft het evenement niet de cultuurstatus kunnen verwerven die het in bijvoorbeeld Scandinavië heeft.

Vicieuze cirkel
Waar de Nederlandse kranten eerder dit jaar nog bomvol stonden met lange artikelen, analyses en nabeschouwingen, staat de Songfestival-hype in veel landen in Midden-Europa de laatste jaren op een lager pitje. Dit blijkt ook uit de kijkcijfers. De finale van 2014 trok in ons thuisland meer dan 6 miljoen kijkers, met een marktaandeel van 65% op de avond in kwestie. Vergelijk dit bijvoorbeeld met de 9,1% die de tweede halve finale van 2012 noteerde op de Slowaakse televisie, terwijl in die uitzending Slowakije zelf aantrad. Slechts 165,000 mensen zagen hoe Max Jason Mai slechts 22 punten vergaarde en daarmee als laatste eindigde. Slowakije zou het jaar erop niet meer terugkeren. Maar ook in Nederland vallen de kijkcijfers tegen als resultaat uitblijft. Zo was het marktaandeel van de halve finale waaraan Nederland deelnam in de ‘magere jaren’ tussen 2005 en 2012 ook maar tussen de 30 en 40%.

Die kijkcijfers staan in rechtstreeks verband met de resultaten. De redenering is als volgt: hoe minder mensen er naar de uitzending van het Songfestival kijken, des te minder deze oplevert voor de omroep. Die investeert op zijn beurt weer minder geld in de nationale selectieprocedure. Ook zijn gerenommeerde artiesten bij lage kijkcijfers minder snel geneigd zich beschikbaar te stellen voor Songfestivaldeelname. Dit leidt weer tot mindere resultaten, door die tegenvallende prestatie kijken er volgend jaar nog minder mensen, en zo verder.

Alhoewel dit een heel somber beeld schetst van de toekomst van veel Songfestivallanden, heeft Nederland laten zien dat deze vicieuze cirkel kan worden doorbroken. De kijkcijfers van de finale in 2013, toen Nederland daar eindelijk weer aan meedeed, stegen namelijk naar bijna 5 miljoen, bijna 4,5 keer meer dan een jaar eerder. Dit opende de deur voor artiesten van het kaliber Ilse & Waylon om het jaar erop mee te doen. De kettingredenering werkt dus ook in positieve zin.

Impuls
Er lijkt geen evenredig verband te bestaan tussen de selectiemethode en succes op het uiteindelijke Songfestival. Wat veel belangrijker is, is dat het Songfestival (weer) ‘hip’ wordt in een land. Er moet een grote, kwalitatief hoogstaande en diverse pool ontstaan van professionele artiesten die hun land willen vertegenwoordigen, waaruit de omroep ofwel intern ofwel via een (publieke) stemronde kiest.

Hungary 2014 - Andras Kallay-SaundersZolang het Songfestival nog niet eens 10% van het televisiekijkende publiek in Slowakije aan zich weet te binden, is het begrijpelijk dat de grote namen van de Slowaakse muziekindustrie wel twee keer nadenken voor ze zich kandidaat stellen. Maar er zijn hoopvollere cijfers. Oostenrijk, in het verleden dus al meerdere malen afwezig vanwege gebrek aan interesse, noteerde in de finale van 2014 een marktaandeel van 73%, met de verwachting dat dit komend jaar verder zal stijgen als het land als gastland optreedt. Polen deed het niet slecht met bijna 50%, en in Hongarije keek weliswaar slechts 32,5%, maar dit is wel een stijging van maar liefst 85% ten opzichte van twee jaar eerder. De verwachtingen dat Andras Kallay-Saunders (zie foto) mogelijk zou winnen zal hebben meegespeeld.

Het gebrek aan succes van Midden-Europa is dus te wijten aan meerdere factoren. Deels is het de negatieve spiraal van dalende kijkcijfers, afnemende financiële middelen, en (het gebrek aan) interesse van gerenommeerde artiesten om zichzelf kandidaat te stellen. Ook is het Midden-Europa (tot afgelopen jaar) niet gelukt om het resultaat te boeken dat deze negatieve spiraal kan doorbreken. Omdat enkele landen uit West-Europa dit wel gelukt is en de landen in Oost-Europa over de gehele linie sterk blijven presteren is het centrum een beetje het ondergesneeuwde kindje van het Eurovisie-toneel geworden.

De overwinning van Oostenrijk in 2014 kan deze impuls zijn, in ieder geval voor het imago van het Songfestival in Midden-Europa. Dit effect wordt misschien niet eens direct bereikt door de overwinning van Conchita Wurst, die voor criticasters het slepende stereotype van het festival als verkleedpartij alleen maar zal versterken. Maar als de Oostenrijkse omroep ORF een volwassen show neerzet, gaat het Songfestival-gevoel misschien weer een beetje leven in Oostenrijk en zijn buurlanden. Dit hielp Duitsland in 2011 ook de juiste kant op. Een imago-omslag van dit kaliber kan leiden tot toenemende kijkcijfers, wat op zijn beurt weer de bekende namen van de nationale muziekindustrieën kan bewegen om zichzelf aan te dienen. Dit zou vervolgens als effect kunnen hebben dat ook de omroepen van landen als Tsjechië en Slowakije weer een deelname gaan overwegen.

Het Songfestival moet volwassen worden in Midden-Europa, en voor nu ligt deze taak op de schouders van Oostenrijk en de ORF. Als zij deze last kunnen dragen, en het festival in een positief daglicht kunnen presenteren aan de doorsnee televisiekijker in deze regio, zijn er betere tijden op komst voor de centraal gelegen landen. En dan kan het ineens héél snel gaan. Dat hebben wij hier de afgelopen twee jaar mogen ervaren.


2 Comments


  1. // Reply

    De negatieve spiraal en positieve omkering valt of staat ook met hoe de nationale media omgaan met het fenomeen. In Nederland is de spiraal alleen doorbroken door Anouk (in de eerste plaats) en vervolgens de Common Linnets door tegen alle verwachtingen in te gaan. Het ijs is echter dun. Als de Common Linnets niet zo goed in beeld gebracht waren, was een finaleplek lang niet zeker geweest, laat staan het verbluffende resultaat. Als Nederland in 2015 Tim Douwsma stuurt of een andere C-garnaal en het resultaat bijna navenant slecht zal zijn, is Nederland weer terug bij af.


  2. // Reply

    C-garnaal. Nice! En helemaal eens met commentaar van Hebbuzz.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *