COLUMN • Kleding

Ik denk dat ik een kleding-fetishist ben. Sinds ik ben gaan werken als account manager in hartje Barcelona kan ik dan ook m’n hart ophalen. Steden als Amsterdam en Rotterdam winnen het wat mij betreft niet van Barcelona. Op bijna elk hoekje van de kenmerkende, vierkante woonblokken vind je wel een vestiging van de grote kledingconcerns Zara, Desigual, Massimo Dutti, Bershka en Pull & Bear (allemaal Spaans overigens). Voor niet al teveel geld kun je er al erg ‘duur’ en ‘luxueus’ uitzien. • Door: Gert Waterink •

Je kunt ook voor één van de vele tweedehands kledingzaakjes kiezen, als je wat meer de alternatieve toer op wilt. Te denken valt aan de zogenaamde ‘Occupy-broeken’, wijde pofbroeken die over pakweg twee jaar de skinny jeans uit het straatbeeld gaan laten verdwijnen.

Voorbeelden genoeg dus. En ook het songfestival biedt de kledingminnende songfestivalfan genoeg gelegenheid om inspiratie op te doen voor zijn of haar eigen wardrobe. Het zorgt wellicht voor inspiratie, maar veelal is het tóch de wansmaak die de kijker op het puntje van de stoel houdt. Niet voor niets bestaat sinds 1997 de Barbara Dex Award. Barbara Dex won ‘m zelf nooit, maar haar optreden op het festival in Millstreet in 1993 bood de initiatiefnemers van de prijs genoeg reden om de award naar haar te vernoemen.

Je kunt het een eer noemen als je de prijs wint. Maar veelal geeft het ook aan dat de kleding op de avond zelf de aandacht in grote mate van het liedje en het optreden kan afleiden. En het merendeel van de winnaars van de Dex-Award kunnen erover meepraten. De Top 10, laat staan de finale, hebben ze zelden gehaald.

Het mag een wonder heten dat een Nederlandse deelnemer nog nooit de Barbara Dex Award heeft gewonnen. Want het is juist Nederland, met de Nederlandse delegaties voorop, dat sinds 1997 van de kleding een zelf ontwikkelde soap wist te maken. Vlak na de laatste generale repetitie van Mrs. Einstein in de Point in Dublin (ESF 1997) brak het angstzweet al uit bij de 5 dames. De kleding van Jan Aarntzen zou de dames doen wegvallen in het roodverlichte decor. Op stel en sprong werden naaisters ingevlogen om de reserve-outfits van de dames te verstellen. Het resultaat kennen we. Mrs. Einstein werd door de Britse commentator Terry Wogan aangeduid als ‘five old wall-lovers’ en hooguit 5 schamele puntjes hielden de dames over aan dit songfestivalavontuur.

Ik kan een hele lange opsomming maken van de kledingperikelen omtrent Nederland op het songfestival, maar dat komt al gauw zo klagerig en betweterig over. Toch ontkom ik er niet aan om even kort stil te staan bij enkele kledingflaters. En terecht ook, want het zijn veelal buitenlanders, commentatoren, televoters en juryleden, die op de één of andere manier afgeleid werden door de kleding en uiteindelijk zo het liedje al vergeten waren in hun beoordeling.

Een paar voorbeelden:

  • 2000, de tent: Jan Aarntzen kreeg nu wel de volledige macht over de creatie van Linda Wagenmakers. Opmerkingen van journalisten, zoals “Isn’t it a bit too much, isn’t less more?”, werden door ‘kledingdictator’ Aarntzen weggemoffeld met “Less is a boreee!”. Favoriet Nederland kwam op de avond zelf niet verder dan een 13e plaats.
  • 2003, het SM-pak: Esther Hart had het simpel kunnen houden. Een spijkerbroek met een wit topje bijvoorbeeld, maar tot mijn afgrijselijke verbazing zag ik Esther ronddartelen in een goudkleurig lederen omhulsel. Uiterst onflatteus. Niet voor niets had de Duitse commentator Peter Urban het over ‘inpakpapier’.
  • 2005, de jurk, deel 1: Ook zoiets, ‘de jurk’ is in de Nederlandse pers vaak het enige kledingstuk waar op gerekend wordt. De jurk van Edsilia, de jurk van Linda en in 2005 de jurk van Addy van den Krommenacker voor Glennis Grace. Waarom kan een artiest zich niet gewoon lekker voelen in het kledingstuk naar zijn/haar keuze? Het onderwerp ‘de jurk’ is inmiddels zo belangrijk geworden dat zelfs een rocknummer of een jazznummer versiert moet worden met ‘de jurk’.
  • 2008, de jurk, deel 2: Nu mocht Mart Visser reclame maken op het songfestival en mocht af-fabriek, zonder ook maar enige inzage in de choreografie- en lichtplannen, een jurk doneren. Bij een fris, eigentijds, Oosters aandoend liedje, verwacht je ook een fris uitziende Hind. Helaas, het totaalplaatje had meer weg van een koninklijk buffet. Met kroonluchter op de achtergrond kon Hind d’r best doen in een ouwelijke galajurk met split.
  • 2009, de pakken, deel 1: Wat ‘de jurk’ is bij de vrouwelijke songfestivaldeelnemer, is ‘het pak’ bij de mannen. En ja hoor, de lichtgevende pakken van De Toppers deden het niet. Zelfs de achtergrondzangeres met haar ‘draaitafel’ kon de lichtjes niet aanzwengelen. Maar goed, over de Toppers weten we dat het bij voorbaat geen internationaal concept was.
  • 2010, Weber Junior: Want dat gevoel kreeg je toch wel bij het door Marianne Weber uitgekozen ‘freubelpakje’. Ook al deed ze haar best, Sieneke zag er niet jong uit, maar eerder ouwelijk. Hetgeen misschien ook wel paste bij het liedje.
  • 2011, de pakken, deel 2: Nu werd er reclamezendtijd gekocht door de stoere mannen van Oger Lusink. Want die bedachten doodleuk dat de sjofele, ongeschoren en lekker rommelig uitziende J’s er uit moesten zien als Tony Montana (Jeweetwel, de hoofdpersoon uit de alom geprezen mafiafilm ‘Scarface’).

En 2012? Ik mag hopen dat de Nederlandse delegatie dit jaar inziet dat bovenstaande fouten nu eens niet gemaakt gaan worden. Persoonlijk heb ik er nog een beetje een hard hoofd in. In dit filmpje lijkt er weer een episode aan het hoofdstuk ‘de jurk’ toegevoegd te worden:

Joan’s liedje heeft geen dure ‘jurk’ van Mart of gekke ‘tooi’ van Pocahontas nodig. In tegendeel, het gezeur omtrent de kleding van Joan moet eens ophouden. ‘You and Me’ is simpel, puur en lief. Waarom zou je haar uit moeten dossen als een gerecyclede Lenny Kuhr? Enkel om op te vallen?

Wat een onzin. De mensen die beweren dat ‘You And Me’ simpel, puur en lief is, moeten dat durven doortrekken in het gehele totaalplaatje. Joan’s liedje, haar gezicht en het melodietje moeten het onvergetelijke ijkpunt worden, niet de kleding. Ik haal ook liever de finale op kracht van het liedje, niet op basis van kleding.

Voor de gimmick acts van dit jaar uit Oostenrijk, Montenegro en Rusland is kleding uitermate belangrijk. Bij gebrek aan een liedje, moet het vooral draaien om de act. En daar komt dan terecht kleding om de hoek kijken. Lichtgevende pakken? Billenzwaaiende paaldansers? Bij Oostenrijk gaat het wél werken. Maar om nou uit een soort van wanhoopsdaad tenten, tooien, SM-pakken, lichtgevende pakken naar Bakoe te verschepen voor Joan? Geen goed plan. Bovenstaande voorbeelden geven nog eens aan dat men -juries en televoters alike- dan een niet-kloppend totaalplaatje compleet links laat liggen.

Op dit moment denk ik dat Nederland het in zich heeft om de finale voor het eerst in 8 jaar te halen. En als we de finale niet halen op basis van simpelheid? Dan zij dat maar zo. Dan is gewoon gebleken dat, ook dit jaar, het liedje niet sterk genoeg is. Daar kan tooi noch jurk Joan mee helpen. Daarom ter afsluiting nog enkele plaatjes (Zowel songfestival als niet-songfestival. Geef maar aan wat je ervan vindt) die wel klopten/kloppen, plaatjes waarbij de kleding eigenlijk geeneens opvalt, maar toch voor succes zorgen. Misschien inspireert het de Nederlandse delegatie?


5 Comments


  1. // Reply

    Nederland grossiert inderdaad in verkeerde kledingkeuzes. Bovendien is het niet alleen de hoofdartiest, maar moet ook elke backing vocal zonodig elke keer weer er ‘uniek’ en ‘hip’ uitzien. Dit gaat bijna altijd ten koste van het totaalbeeld. Backings moeten ondersteunend zijn, zowel vocaal als in het beeld.

    Bij Ruth Jacott ging het nog goed; guess what? 6e plaats! Het liedje werd versterkt door de uitstraling van een gewaagd, maar wel totaalbeeld. ‘Vrede’ is het prototype van een NL-liedje, waarbij de synergie tussen lied en kostuum uitstekend heeft gewerkt. Zonder de enorme kraag zou Ruth er lang zo charismatisch niet uitgezien hebben en mogelijk zelfs net buiten de top 10 beland zijn.

    Na Ruth volgde de ene flater de andere op in rap tempo. In het overzicht zijn niet eens de de fladderende Treble-meisjes genoemd als wansmakelijk voorbeeld. Ook ‘Horehronie’ van Slowakije 2010 kan net als Barbara Dex gerust gesteld worden tot een afschrikwekkend voorbeeld van hoe het niet moet.

    Overigens ontbreekt in het bovenstaande NL-flater-overzicht ook Re-Union. Twee jongens die net als de 3j’s met vieze natte haren stonden/zaten te zingen. Het leken twee jongens uit de shoarma-tent verderop in de straat. De loting hielp de heren nog wel naar de finale, maar daar strandden ze omdat ze vanuit het middenveld en naast de even slonzige Max niet beklijfden. De 3J’s stonden weliswaar in pak op het podium maar het was evenals de LED-beelden achter ze, compleet kleurloos, waardoor de compositie ook al een stuk grauwer werd. Ook dat resultaat kennen we.

    Mijn conclusie: vergeetwaardige kleding doet afbreuk aan een lied.

    Zou een lied als ‘Gente di mare’ het tegenwoordig alleen op compositie- en vocale kracht halen? Ik vermoed dat het in het televotegeweld ten onder zou gaan. Wanneer ‘Gente di mare’ anno 2012 gebracht zou worden in een gekostumeerde setting waarin nagedacht was over het totaalbeeld dan liggen opeens weer ‘Lane Moje’ en ‘Lejla’-achtige resultaten op de loer. Enfin, laten we even afwachten hoe IJsland zich dit jaar zal aankleden en met welk resultaat zij zullen eindigen. Qua compositie en vocaal geweld doet dat duet mij sterk aan de bijdrage van Umberto Tozzi en Raf denken.

    De opmerking, schijnbare conclusie, dat opvallende kleding niet ondersteunend hoeft te zijn in het succes wanneer de combinatie van een nummer met een artiest al kwaliteit voldoende in zich heeft onderschrijf ik niet. Ruth Jacott’s Cruela-kraag en de maskers van Lordi bewijzen het tegendeel namelijk. Dit waren toch beide muzikaal en qua perfomance zeer goede inzendingen. In het laatste geval heeft het uiterlijk vertoon zelfs voor de doorslag in de winst gezorgd. Het verschil met de nummer twee was namelijk helemaal niet groot.

    Op voorhand was ik helemaal niet zo’n fan van Joan’s liedje en toen ik een foto zag dat zij het Songfestival had gewonnen met een enorme Indianentooi, heb ik met tegenzin de uitzending op internet zitten kijken. Zo van he bah, wat een stomme keus heeft NL toch weer gemaakt. En wie schetst mijn verbazing? Terwijl ik naar haar optreden zit te kijken, draait mijn mening zich bijna 180 graden om, namelijk, dat die hoofdtooi een geniale vondst is! Het totaalbeeld van een ietwat schele zangeres met enorme maar wel smaakvolle hoofdtooi greep mij aan en deed mij denken aan de krachtige sfeerbeelden die bijdragen van Ruth, Lordi, maar ook Marija Seroftovic’s Motlitva, Lane Moje, Olsen Brothers en mannen van Ierland 1994 met zich mee brachten.

    Kortom een goed scorend totaalplaatje heeft niet met eenvoud of extraverte uitdossingen te maken, maar met of het klopt met de klankkleur, melodie, sfeer van de bijdrage en de tekst. Dat laatste ietsje minder, maar toch. Om deze reden denk ik ook dat Zweden dit jaar een perfecte mix heeft gevonden in beeld en geluid. Een eenvoudig onopvallend kleedje, maar het wappert in de windmachine en aparte choreografie van Loreen. Het ondersteunt daarmee een niet slechte of ijzersterke, maar wel enorm mystieke melodie. Echt meezingen kun je Euphoria namelijk pas wanneer je het meerdere malen hebt gehoord. De combinatie tussen beeld en geluid (beiden mystiek) is de kracht van de act rondom ‘Euphoria’, waardoor bijna iedereen er vanbuit lijkt te gaan dat dit wel zal gaan winnen. Ik ga daar ver in mee, maar moet het nog zien gebeuren.

    Bij het optreden van Joan Franka op het NSF werd de hoofdtooi als serieus element ingebracht en werd het totaalbeeld alleen verstoord door die verdwaalde maar inmiddels al afgekeurde Treble-troubles.
    Helaas werd wel weer gekozen voor een inderdaad aan Lenny Kuhr doen denkende statische jurk, nota bene ook nog eens in magenta. Ik ga er maar van uit dat dat vooral was om aan te geven, dat men nog aan het ontwikkelen is qua jurk. Ik hou ik mijn hart vast dat het niet alsnog een ‘¿Quién-maneja-mi-BATH-ROBE wordt…. zie: http://www.youtube.com/watch?v=hBDZM9iOV00

    Bij het optreden van Joan op het podium bij Eurovision in Concert bleek temeer hoezeer het verstandig was dat die huppelende meisjes verwijderd waren uit de act, heel goed. Maar daarnaast ook dat ‘You and me’ de hoofdtooi miste. Als je heel eerlijk bent is het nummer namelijk geen wereldhit, geen knaller, geen pittige oorwurm. Ook op radio 2, waar ik het nu een paar keer heb horen langskomen knalt Ýou en me’ niet echt uit de boxen tussen de andere liedjes en dus heeft Joan net als Loreen bij ‘Euphoria’ nog net even dat kleine zetje extra nodig om tot grote hoogte te stijgen.

    OK, het zingt wel aardig mee, beter veel zelfs dan Euphoria bij de eerste luisterbeurten, maar de zaal raakt niet in extase als Joan haar refreintje voor de zoveelste keer zingt. Die ene veer in het haar ziet er uit als een vastgeklit restantje van een ge-explodeerde plofkip.

    Ik geloof niet in de kracht van een liedje alleen. Simpel en toch een soort van concept ondersteunende kleding is naar mijn mening ook absoluut niet iets wat elkaar bijt. Kijk naar Loreen.

    In een sterk deelnemersveld waarin je snel vergeten wordt kan ‘You & me’ elke steun(kous) wel gebruiken. Voorwaarde dan dat het sfeervol gebeurt. Als het ware als een subtiliteit die zich opdringt en waar je vervolgens niet meer omheen kunt. Dat is krachtig.

    Wat mij betreft zien we in Bakoe tot drie maal toe een Joan inclusief die geweldige stijlvolle zwart-witte hoofdtooi, met daar dan onder een subtiel gestylde meer elegante jurk, zonder al te veel franje. De Zweedse windmachine hoeven we bij ‘You en me’ niet van stal te halen, maar wat witte rook om de voetjes……

    Krachtig, trots, omhoogstaande Indianenveren, strak op rij dwingen iets charismatisch af. Een slap neerhangende ganzeveer roept juist associaties op met een huilend zigeunermeisje. Deze zin nog eens overlezend, word ik nogmaals bevestigd in wat ik dacht.

    Dan is het beeld simpel en ondersteunend een OK/goed liedje. Samen opgeteld lijkt mij dat het recept voor een finaleplaats of zelfs winst!


  2. // Reply

    jeetje wat een dilemma
    Als ik het stukje lees denk ik JA JE HEBT GELIJK
    lees ik hebbuz denk ik JA JE HEBT GELIJK ( hoewel het liedje is denk sterker dan iedereen vermoed )
    JHON DE MOL WAT GA JE DOEN !!!!!!???????!!!!


  3. // Reply

    Eric, bedoel je het liedje van Joan of het liedje op het songfestival in het algemeen? In beide gevallen ben ik het met je eens, want kleding speelt een ondergeschikte rol. Maar het is een speler in het spel. Tijdens de re-cap moet een kijker als hij het liedje sms-waardig vond, duidelijk herkennen. Alleen daarom al moet Joan die tooi op. Tijdens het optreden moet er weinig mee gebeuren, gewoon stilletjes en als een stijldingetje, maar wel goed in beeld. John de Mol moet er dus bovenop zitten dat in de 20 seconden recap, je een close up van Joan ziet, met hoofdtooi. En niet een tentachtige jurk, geen wide-shots, maar beelden van blije mensen in het publiek, bijvoorbeeld van het Nederlandse vak met fans die met het refrein staan mee te klappen, deinen en zwaaien.

    Omdat Joan een goed liedje heeft, blijft dat al wel een beetje hangen. Visueel blijft het nu ook plakken en zo lang het geen afbreuk doet aan het liedje (wat in het geval van de hoofdtooi dus goed uitpakt) blijft niet alleen het geluid maar ook het beeld (was dat niet 80% van de communicatie?).


  4. // Reply

    Kortom, kleding kan een push-up zijn OF ervoor zorgen dat je in je onderbroek staat. In dat eerste geval kan het je bijdrage net iets ‘up-spice-n’in het laatste geval moet je een extra goede bijdrage of optredenm hebben wil je goed scoren.

    2012 voorbeeldjes:
    Oekraïne
    Gaitana kan bijvoorbeeld veel winnen met de kleding, want het liedje is niet bijzonder en qua kwalificatiekansen schat ik ze onderin de top 10 van semi 2. Dus een perfect uitgevoerd en qua sfeerbeeld overkomend geheel zal doorgaan naar de finale, anders niet.

    Litouwen
    De zanger zingt geweldig heeft een best aardige compositie, maar geen charisma. Hij kan het qua kleding alleen maar verkeerd doen als hij daarmee de aandacht gaat trekken. Jury’s kijken denk ik minder naar kleding en bij hen zal Donny wel redelijk scoren. Televoters zullen de melodische carpiolen minder interessant, ontoegankelijk of boeiend vinden en Litouwen grotendeels links laten liggen. Op het moment dat je Donny gek gaat aankleden, verlies je de vak-jruy, maar win je nog altijd de televoters niet. Litouwen heeft het probleem dat de zanger te serieus met het vak bezig is, hadden we hier een minder geconcentreerde zanger aan het werk gezien, dan zou er contact gemaakt kunnen worden met het publiek, zelfs als je met blinddoek zou starten. Als ik componist was geweest van ‘Love is blind’ had ik hier juist een één en al plezier uitstralende donkere zanger(es) voor gecast. Het nummer heeft iets van disco-soul en dan past een tenger bleek snoetje gewoon minder goed bij de standaard associatie met de muzieksoort. Eigenlijk is dit ook keiharde discriminatie, weet alleen niet of het positieve of negatieve discriminatie is voor de kleurling en/of blanke. Ik bedoel maar.

    P.S.
    In mijn nachtmerries komt Rambo Amadeus uit Montenegro letterlijk op in een grote viezige onderbroek. Maar dan is het juist weer functioneel. Want het versterkt de ‘boodschap’.


  5. // Reply

    Dilemma ja, haha. Ik hoop dat de hoofdtooi meegaat maar in combinatie met kleding van nu. Tijdens het NSF vond ik het net iets too much. Ook de kleur (? kun je dat een kleur noemen ?) vond ik vreselijk. Op songfestivalweblog zijn berichten van anderen te lezen waarin staat dat de hoofdtooi niet meegaat (jammer) en dat er waarschijnlijk een band op het podium zal staan (cowboys?). Ik heb er weinig vertrouwen in. Het zal wel weer iets oubolligs worden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *