COLUMN • Wilders op het songfestival

Hij is weer terug als Songfestivalcommentator en dat is maar goed ook. Cornald Maas weet veel van het Songfestival en zegt vaak zinnige dingen over ‘s werelds grootste muziekcompetitie. Onze gastcolumnist Roel Schaap revampt daarom dit weekend een uiterst scherpe analyse van Maas in een artikel uit 2007.

Waarom plaatsen we dit artikel? Het is opvallend dat, ondanks de revival van sommige West-Europese landen, veel zaken die Cornald Maas schrijft nog altijd actueel zijn. En let ook op de beangstigend goede voorspelling in de slotalinea, over de Oranjegekte die vorig jaar met het succes van Anouk inderdaad uitbrak!

• Wilders op het songfestival •

Wij kunnen er helaas niet omheen, maar wij merken nog altijd dat het Eurovisie Songfestival een negatief imago met zich meebrengt, althans onder de stereotype Nederlanders en Vlamingen. Vooral de laatste jaren hebben deze lage landen uitgebreid zijn mening erover gegeven. Van kunstbobo’s tot kitschbitchen en van rekenmeesters tot roddeltante’s, werkelijk iedereen is het erover eens: het Eurovisie Songfestival verloopt allang niet meer eerlijk, puur omwille van de oneerlijke puntentelling én de grootschalige Oost-Europese gemeenschap. • Door: Roel Schaap •

Welnu dames en heren kunt u – met gemak – het onderstaand artikel van Cornald Maas uit 2007 eventjes doorlezen om daarna (hopelijk) vaarwel te kunnen zeggen tegen alle vooroordelen dat het Songfestival zogenaamd kapot zou maken.

Oost-Europese landen spelen elkaar de bal toe, en zetten West-Europa daarmee buiten spel. Ze maken verschrikkelijke liedjes. Ze zouden beter uitgesloten kunnen worden. Of anders kan Nederland maar het best de eer aan zichzelf houden, en voortaan van deelname aan het Eurovisie Songfestival afzien, want tegen de Balkan-maffia is geen kruid gewassen. Zie hier de belangrijkste (voor)oordelen over het liedjescircus. Ze duiken steeds weer op, in artikelen in bladen en kranten en in gastenboeken op internetsites. Natuurlijk: over smaak valt te twisten – dat is zelfs een van de aantrekkelijke kanten van het songfestival – en met regelmaat zijn er idiote bijdragen, van landen die in dit televoting-tijdperk hopen met een extravagante act de kijkers zand in de ogen (en oren) te strooien.

Maar verder komen die vooroordelen ons vooral goed uit: wij kunnen slecht tegen ons verlies, leggen de schuld graag bij anderen, en de nieuwkomers zijn dan een gemakkelijk slachtoffer. Negatieve opmerkingen over de Oost-Europese kongsie verzachten een beetje ons songfestivalleed.

Oost-Europeanen stemmen inderdaad geregeld op elkaar, onder andere omdat ze elkaars muzikale cultuur herkennen, maar voor een positie bovenaan het scorebord heb je méér nodig dan buren en vrienden. De topscores van de afgelopen jaren wijzen uit dat niet alleen Oost-Europese landen de dienst uitmaken. In de gevallen dat het wél gebeurt is het bovendien begrijpelijk: Oost-Europa stelt er, net als West-Europa in de jaren zestig en zeventig, eer in om zich via het festival op de kaart te zetten, met nummers die meestal aanzienlijk vooruitstrevender en volwassener zijn dan een hoop West-Europese bijdragen, en bovendien ontdaan zijn van al te doorzichtige songfestivalclichés.

Let in 2007 op de opzwepende etno-trance van Bulgarije, de Janis Joplin-blues uit Hongarije, de Sugababes-pop uit Rusland, de opsmukloze dramatiek uit Servië of de symbiose van Kate Bush en Madonna in het opmerkelijke debuut van Georgië. En zet daar de bijdragen van West-Europa, dat het spoor bijster lijkt, tegenover: een gedateerde stewardessen-act uit Groot-Brittannië, achterhaalde ballroom-latin uit Noorwegen en Portugal, een vampieren-act uit Zwitserland, travestietendisco uit Denemarken.

In Albanië ontving de president hoogstpersoonlijk zangeres Anjezza toen zij tijdens het Eurovisie-debuut van dat land meteen zevende werd. In Oekraïne dachten ze werkelijk dat de zege van zangeres Ruslana, en de komst, bijgevolg, van veel West-Europese delegaties naar Kiev, mede de Oranje Revolutie tot stand bracht. In de dictatuur Wit-Rusland hopen ze nog altijd op hetzelfde scenario. De Bosnische ministerraad schonk zangeres Marija 31.000 euro voor internationale promotie. Voor het Eurovisie Songfestival van 2008 hadden Libanon, Palestina en Azerbeidzjan inmiddels belangstelling getoond.

In Oost-Europa is het Songfestival niet campy, ouderwets of homo-kitsch: het wordt er als zeer eigentijds beschouwd, als interessant voor een jong publiek, en het geeft prestige. Omroepen, platenmaatschappijen, muziekproducers en artiesten van naam doen hun uiterste best professionele nummers in te zenden. Dat Nederland al sinds 2000 slecht scoort ligt niet aan Oost-Europa of Oost-Europese vriendjespolitiek maar aan het feit dat nationale toptalenten zich amper nog willen inspannen voor een vernieuwende songfestivalbijdrage: artiesten doen niet mee omdat ze imagobeschadiging vrezen, platenmaatschappijen zien er geen brood in.

De hier zo vaak geopperde gedachte – breng die Oost-Europese landen maar onder in een apart festival, lekker ver weg van onze landsgrenzen – getuigt niet van een Europese gedachte maar van misplaatst dédain – een typisch Nederlands sentiment van de laatste jaren. Wij, Hollanders, zijn navelstaarders geworden, we zijn in onszelf gekeerd geraakt, verliezen de aansluiting bij de rest van Europa en snappen niet wat Europa drijft, laat staan wat Oost-Europa verwacht van een goede Nederlandse songfestivalbijdrage. We zijn niet met onze tijd meegegaan, steken de hand vooral niet in eigen boezem, en wijzen met de beschuldigende vinger naar de vreemde anderen – hier spreekt de stem van Geert Wilders.

Er zijn meer landen die sinds jaar en dag slecht scoren, maar daar halen ze de schouders op en doen ze gewoon weer mee. Het festival blijft er onverminderd populair. Nergens daalden, na een aantal jaren zonder succes, de kijkcijfers zo sterk als in Nederland. Als Edsilia Rombley in 2007 de halve finale niet doorstaat zullen we opnieuw jammeren dat we de handdoek maar definitief in de ring moeten gooien. Schrale troost is wél dat zich bij een onverwacht goed resultaat een andere typisch Nederlandse eigenschap zal manifesteren: dan hebben we haar triomf altijd al zien aankomen en trekken we de oranje toeters uit de kast om onze victorie kracht bij te zetten. Net als bij het voetbal.

En Hiermee lijkt de toon voorlopig gezet, dank u wel voor deze informatieve Songfestivalcursus Cornald! In plaats van dat Nederland zijn vooroordelen over Oost-Europa verspreid, zouden wij eens het hele zaakje moeten omdraaien: Zit Oost-Europa nu daadwerkelijk te wachten op drie oude mannen in glitterpakjes? Kunnen de Oost-Europeanen nu daadwerkelijk drie minuten lang met droge ogen naar een indianentooi kijken? Wij als Nederlanders konden niet eens onze ‘Sha-la-lie’ bijdrage serieus nemen, laat staan dat de Oost-Europeanen het wel konden doen.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *