De Leek In Baku (3)

Friso Veenstra weet eigenlijk niets van het Songfestival. Toch volgt hij namens •• ESF Magazine •• het Eurovisie Songfestival in Baku. Hij is nu ‘De Leek In Bakoe’. In zijn rubriek bekijkt Friso het Songfestival vanuit een totaal ander oogpunt.

De Leek In Bakoe (3) • Accreditatie

Dit is een vervolgblog. Deel 1 verscheen eerder deze week. 

Het laatste gedeelte van de tocht gaat flink bergop. Zweetdruppels vallen vanaf mijn voorhoofd langs mijn neus op de stoffige betontegels, waardoor er een spoor ontstaat. Ik bedenk grijnzend dat ik ‘een Hans en Grietje’ kan doen en het zweetdruppelspoor kan gebruiken om mijn weg terug te vinden, zoals het zojuist genoemde duo deed met hun broodkruimels. Breed grijnzend realiseer ik me dat de Kaukasische avondzon daar natuurlijk een stokje voor gaat steken, daarmee de klamme lucht nog vochtiger makend. Meteen dringt het besef door dat ik als een idioot sta te lachen op straat. Ik wijt het aan de hitte. Mensen kunnen gek worden door de hitte. • Door: Friso Veenstra •

Eindelijk bereik ik de vlag. De in grote getale opgetrommelde agenten wijzen me de weg naar een klein glazen gebouwtje waarin een jonge vrijwilliger verveeld naar een punt in de verte zit te staren. Het kost hem enkele seconden om mij op te merken, maar daarna schiet hij in actie. Uit een bak met het label ‘V’ vist hij mijn perskaart. ‘Friso Veenstra, blogger’, staat erop.  Ik hang de pas om mijn nek en loop verder naar het perscentrum.

Bij de ingang wordt ik tegengehouden bij een overbemande beveiligingspost, compleet met metaaldetectiepoortje. Het apparaat maakt een naar geluid als ik er onderdoor loop. Een van de beveiligers scant me met een  mobiele metaaldetector die mijn riem opmerkt. Het grijpt maar al te gretig naar mijn kruis, waar hij mijn riem vindt. “Belt?”, vraagt hij. “Nee, ik bewaar altijd een vlindermes bij mijn scrotum…”, denk ik. “Yes.”, zeg ik.

De charmant lachende meisjes achter de balie geven me mijn eigen Songfestivaltas. Het is een rode schoudertas met daarin een t-shirt, een petje, wat informatieboekjes en een presentje van de organisator: een in glas opgesloten oliedruppel. Dat kunnen ze hier wel missen. Oliedruppels genoeg, getuige het constante labeur van een leger jaknikkers dat even verderop in de haven staat. Als ik het cadeau weer in mijn kersverse tas doe, valt me een waterkoeler op die een uitnodigend borrelend geluid maakt. Ik laaf me aan het bronwater en moet er daarbij uit hebben gezien als een Ethiopisch dorpsjongetje dat zijn dorst lest bij een nieuw geslagen waterput, want de charmante baliemeisjes aanschouwen me met vertedering, het hoofd schuin houdend.

De weg terug naar het appartement gaat gelukkig een stuk soepeler dan de heenreis. Na de wandeling naar het vlaggenplein stap ik een willekeurige bus in die toevallig de goede richting opgaat. Ik ben het zat. Ik kom er zo vast wel. Ik doe wat ik bijna iedereen zie doen: achterin instappen en niet betalen. Sommige mensen betalen wel. De buschauffeur lijkt het om het even. Wanneer ik iets zie dat me bekend voorkomt, stap ik uit de nog langzaam rijdende bus en loop de heuvel op, richting het comfort van het luchtgekoelde huis.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *