Categorized | 2012 Baku, Homepage, Leek in Baku

De Leek In Baku (9)

Friso Veenstra weet eigenlijk niets van het Songfestival. Toch volgt hij namens •• ESF Magazine •• het Eurovisie Songfestival in Baku. Hij is nu ‘De Leek In Bakoe’. In zijn rubriek bekijkt Friso het Songfestival vanuit een totaal ander oogpunt.

De Leek In Bakoe (9) • Ondertussen, buiten Baku (deel 2)

Terwijl alle Songfestivalvolgers zich in Bakoe te buiten gaan aan alle optredens, persconferenties en Euroclubfeestjes, trek ik het land in om me te onttrekken aan de kitscherige poppenkast die Bakoe ook is en om Azerbeidzjan beter te leren kennen. In dit tweeluik geef ik een impressie van mijn reizen buiten Bakoe. Deel twee: Guba en Khudat. • Door: Friso Veenstra •

Guba

In het noorden van Azerbeidzjan ligt Guba, een stadje waarvan local Laman zei dat ik er geweest moest zijn. Tijdens de drie uur durende busreis kijk ik goed uit het stoffige raam van de krappe bus en zie ik alles voorbij komen wat ik in reisprogramma’s ook altijd zie. Het is zo cliché dat ik bijna denk dat het doorgestoken kaart is. Niettemin neem ik het gretig in me op.

Ik zie kuddes magere koeien en schapen langs de weg, en soms erop, voortgedreven door een oude herder. Ik zie mannen die in een klein dorpjein de schaduw van een boom domino aan het spelen zijn. Ik zie een boerenechtpaar dat met een ezel hun kleine stukje land aan het ploegen is.

In Guba word ik ergens langs de kant van een winkelstraat gedropt. Als ik rondloop zie ik dat alle grote straten op de schop genomen worden en open liggen. Ik verkies de kleine straatjes en merk meteen dat ik in een ontwikkelingsgebied ben.

Het riool is open en allerhande rotzooi ligt her en der verspreid op de straten. Kleine kinderen spelen er met een bal. Ik zwaai naar ze en ze zwaaien enthousiast terug. De enige mooie gebouwen zijn de moskeeën die ik zo af en toe tegenkom.

Na een paar uur vraag ik een taxichauffeur of hij me naar het busstation wil brengen. Die is er niet, zo maakt hij me duidelijk, maar nadat ik zeg dat ik naar Bakoe wil, zegt hij dat hij een bus voor me gaat zoeken. We rijden de weg naar Khachmaz op en wanneer we na een paar kilometer een bus tegenkomen, claxonneert mijn chauffeur hard om de bus tot stoppen te dwingen.

Enkele momenten later zit ik tussen twee bezwete Azeri’s ingeklemd achterin de bus, op weg naar Bakoe. Na luttele minuten weet ik niet meer waar mijn lichaamsgeur ophoudt en die van hen begint. Als ik terugben in Bakoe neem ik een lange douche.

Khudat

Steef gaat met me mee naar Khudat. We zijn nochtans van plan om naar Khachmaz te gaan, maar omdat het ons niet helemaal duidelijk waar we eruit moeten, komen we na drieënhalf uur op het eindpunt aan. Het blijkt Khudat te zijn, een stad in het uiterste noordoosten, op steenworpafstand van de Russische grens.

We drinken Sprite en zwarte thee in een parkje en worden na een tijdje vergezeld door een Russisch sprekende man met slechts enkele tanden, waarvan de meeste van goud. Hij stelt zichzelf voor als Salamat. Twee Azerbeidzjaanse jongens dienen als tolk en we praten een tijdje.

Salamat vraagt ons wel vijf keer of we bij hem thuis wat komen eten, een aanbod dat we afmoeten slaan omdat we weer naar Bakoe terug moeten. Na de vijfde keer vertaalt de gelegenheidstolk mijn beleefde weigeringen niet eens meer: Salamat lijkt het niet te willen begrijpen.

Na een bezoekje aan het publieke toilet, een toilet dat zo goor is dat menig Frans wegrestaurant er nog een puntje aan kan zuigen, gaan Steef en ik weer op huis aan. We zijn op tijd terug in Bakoe zodat Steef nog naar de tweede halve finale kan gaan kijken in het stadion.

Het contrast tussen het opgeknapte gedeelte van Bakoe en de rest van het land is nog groter dan dat ik van tevoren gedacht had. De regering wil Azerbeidzjan tijdens het Songfestival profileren als ontwikkeld, democratisch, Westers land, met een economische vooruitgang waar iedereen van profiteert. In werkelijkheid is het land alleen Westers als het uitkomt, heeft het een schijndemocratie en profiteert slechts een klein gedeelte van de mensen van de economische ontwikkeling.

De lichtshows, het vuurwerk, de peperdure gebouwen; het kost allemaal bakken met geld. Geld dat beter gebruikt had kunnen worden om het land in zijn geheel beter te maken. Als ik op de een na laatste avond vanaf een uitkijkpunt de baai met de olieplatformen en de Songfestivalgebouwen overzie, denk ik terug aan de kinderen uit Guba die tussen het rioolwater en het vuilnis moeten spelen en krijg ik een wrange smaak in mijn mond.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *