De Leek Op Weg Naar Baku (7)

Friso Veenstra weet eigenlijk niets van het Songfestival. Toch reist hij namens •• ESF Magazine •• in mei af naar Bakoe om het circus van dichtbij mee te maken. Hij is nu ‘De Leek Op Weg Naar Bakoe’. In zijn tweewekelijkse rubriek bekijkt Friso het Songfestival vanuit een totaal ander oogpunt.

De Leek Op Weg Naar Bakoe (7) • Paspoortperikelen


Op een donderdagmorgen togen Steef en ik naar Den Haag. We gaan een Azerbeidzjaans visum aanvragen. Achter een zwaar, donker hek, in een gebouwtje zonder opsmuk met een ongeïnspireerd tuintje erbij is de ambassade van Azerbeidzjan gehuisvest. Als we binnen zijn, geven we de benodigde spullen aan de man die ons met zijn donkere, West-Aziatische ogen vanachter een dikke laag glas geduldig opneemt. Dat wil zeggen: niet alle benodigde spullen. We moeten nog een bewijs van betaling e-mailen. Wanneer we dat gedaan hebben, mogen we de visa ophalen. We vinden het prima. Dat regelen we wel. Als we naar buiten lopen, beseft een van ons dat onze paspoorten nog achter de dikke glasplaat liggen. “Kan dat geen kwaad?”, vraag ik me af. • Door: Friso Veenstra •

In de trein slaat mijn fantasie op hol. Stel je voor dat me gevraagd wordt me te identificeren? Ik word vanwege mijn waggelende loopje en afwezige blik al vaak, en meestal onterecht, voor een dronkaard aangezien, en als een agent mijn excuus hoort (“Ja, eh, mijn paspoort ligt in de ambassade van Azerbeidzjan…”) zal hij me waarschijnlijk meenemen naar het bureau om mijn roes uit te laten slapen in een cel. Hoe harder ik me dan verzet, des te onverzettelijker de agent wordt. Mijn vorige stukje op deze site was natuurlijk behoorlijk kritisch, dus Azerbeidzjan wil me er vast niet inlaten. En de ambassadeur wil me ook niet helpen als ik hem vanuit mijn cel bel. “Friso Veenstra? Die ken ik niet.” Ondertussen ben ik door de geheime dienst uiteraard allang op de zwarte lijst gezet, zoals de KGB dat in de tijd van de Sovjet-Unie zo dikwijls deed.

De politie zal me wel laten gaan met een boete die ik van m’n laatste geld betaal. Ik zal op straat zwerven. Zonder paspoort kan ik nergens werken, nergens wonen. Geen enkele instantie erkent mijn bestaan. Ook mijn familie en vrienden keren me de rug toe. “Iemand die zo stom is zijn paspoort aan nota bene de Azerbeidzjaanse ambassade te geven, die verdient de rampspoed die hem overkomt”, zullen ze zeggen. Ik word een stateloze illegaal. Ik zal leven als Tom Hanks in The Terminal. Alleen zal er voor mij geen Catherine Zeta-Jones zijn. Nee, voor mij is er alleen honger, kou en andere ellende. Waarom heb ik in vredesnaam mijn paspoort bij die Kaukasiërs laten liggen? Hoe heb ik zo dom kunnen zijn?

Terwijl scenario na scenario aan me voorbij trekt, loop ik in Amersfoort gehaast en dromerig de trein uit en de volgende trein weer in. Zonder tas. Want die vergeet ik. Hij ligt nog onder de stoel in de intercity. Mijn verweerde oude tas en zijn inhoud: een leeg Leitz-mapje, een goedkoop novelletje en een briefje met daarop het e-mailadres van de ambassade; ze reizen zonder mij naar Groningen. Zonder mij, maar ook zonder mijn paspoort. Want die is veilig in het bezit van een diplomaat met donkere, West-Aziatische ogen.


1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *