Praat niet over politiek, zeker niet met Nederlanders!

Dat Oekraïne een land in oorlog is, kan dit Songfestivalseizoen niemand zijn ontgaan. De nationalistische regering ontzegde de delegatie van aartsvijand Rusland de toegang tot het land waardoor we nu een deelnemer minder hebben. In het perscentrum in Kiev is politiek echter een verboden onderwerp.

“Maar jullie Nederlanders hebben toch een hekel aan Oekraïners?” Ik probeer dan zo goed en zo kwaad iets uit te leggen over rechts-nationalisme in Nederland, en hoe generaliserend er in die kringen over “Oost-Europa” wordt gesproken.

Door: Steef van Gorkum

De vrijwilligers achter de balie, de security-check-medewerkers, schoonmakers, beveiligers – allemaal hebben ze stevige instructies gehad om gesprekken over politiek te vermijden. Komisch genoeg weet ik dit alleen maar omdat met name de vrijwilligsters deze regel aan de lopende band schenden. Nieuwsgierigheid wint het van hun volgzaamheid: waarom hebben de Nederlanders toch in vredesnaam tegen het associatieverdrag met Oekraïne gestemd?

Die vraag leeft hier klaarblijkelijk bij heel veel mensen. Vooral als ik vertel over hoe leuk en mooi ik Kiev vind, ligt een verbaasde reactie op de loer: “Maar jullie Nederlanders hebben toch een hekel aan Oekraïners?” Ik probeer dan zo goed en zo kwaad als dat gaat iets uit te leggen over rechts-nationalisme in Nederland, en hoe generaliserend er in die kringen over “Oost-Europa” wordt gesproken. Alsof er een homogene groep “oostblokkers” bestaat die collectief nukkig, bot en bezopen is. “Nee, nee, natuurlijk niet,” knikt een roodharig meisje achter de infobalie heftig. Hoe kunnen die gekke Hollanders dat nu denken?

Nationalisme is niet alleen een Nederlands probleem

Hoewel ik normaliter graag over deze onderwerpen praat, vond ik dit toch een lastig gesprek. Zelf heb ik namelijk – bewust – niet gestemd tijdens het referendum. Niet alleen omdat ik principieel tegen referenda ben; ik vond de keuze “voor” of “tegen” een onmogelijke. Ik wilde mij enerzijds niet scharen achter de club van Jan Roos, Geert Wilders en Thierry Baudet, en het anti-Europese sentiment dat hierachter zit. Anderzijds kon ik ook geen steun verlenen aan een verdrag dat de huidige Oekraïense regering steunt.

Nationalisme is namelijk niet alleen een Nederlands probleem. De regering Poroshenko voert momenteel in rap tempo plannen in die de bevolking van Oekraïne uiteen drijft. Taalpolitie, belastingtarieven gebaseerd op etniciteit; één van de regeringspartijen is zelfs uitgesproken anti-semitisch. Het grootste slachtoffer is echter niet de Joodse maar de Russische bevolking van Oekraïne.

Etnisch Russen leefden tot aan de twee recente protestgolven vreedzaam samen met de rest van de Oekraïense bevolking, maar in de laatste jaren is de situatie veranderd. Iedereen met een Russische achtergrond wordt nu gezien als een buitenstaander, een potentiële bedreiging, een medeverantwoordelijke voor de oorlog soms zelfs. De regering Poroshenko draagt hier actief aan bij met nationalistische propaganda.

Het Russische gevaar

Die campagne heeft ook de vrijwilligsters in het perscentrum beïnvloed. Als we na mijn uitleg over het Nederlandse referendum in een dieper gesprek over politiek belanden, gaat het al gauw over “het Russische gevaar”. De meiden menen te weten dat “alle Russen” Poetin en zijn oorlog steunen. “Wij hebben geen hekel aan hen, maar zij wel aan ons,” zegt het meisje met het rode haar, terwijl ze het papier in de printer bijvult. Haar vriendin zegt: “Ze hopen bij elk vliegtuig dat overvliegt stiekem dat het hun leger is dat Kiev komt innemen.”

Als ik hen vraag hoe ze dit precies weten, blijft het stil. Na een korte pauze probeer ik uit te leggen dat nationaliteit een zeer complex en flexibel begrip is, en dat het al onmogelijk is om een persoon van buitenaf te classificeren als “een Rus” of “een Nederlander”; laat staan dat je kunt spreken over “de” mening van “de” Nederlanders / Russen / Joden / Moslims / Homo’s / Latino’s etc.

De vrijwilligsters kijken mij glazig aan. “Dus jullie hebben geen hekel aan ons?” vraagt één van hen na een korte stilte. “Trouwens,” voegt een ander toe, “vertel alsjeblieft aan niemand dat ik je die vraag heb gesteld. Het is ons uitdrukkelijk verboden om over politiek te praten. Zeker niet met Nederlanders.”

Ik verzeker ze van hun anonimiteit, bedank hen voor de tijd en voor de boeiende discussie. Dat ze precies dezelfde denkfout maken als de Jan Rozen en de Thierry Baudets van deze wereld, kan ik hen niet aan het verstand peuteren. Maar ik ben wel blij dat ze tenminste het opgelegde stilzwijgen doorbreken. Het is immers altijd beter om met elkaar in gesprek te gaan over de dingen die er echt toe doen.


2 Comments


  1. // Reply

    Heel mooi en genuanceerd geschreven. Ik geniet enorm van alle repetitieverslagen, maar dit is inderdaad meer waardevol. Fijn dat je niet in de valkuil bent getreden van makkelijk denken waarbij het denken in twee kampen wordt versterkt. Dank je wel.


    1. // Reply

      Jij bedankt, Remco, voor deze reactie! 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *