Voorspelling zonder liedjes (Halve finale 1)

Op het songfestival draait het altijd om de kwaliteit van de huidige inzending. Toch zijn statistieken en gegevens uit het verleden ook bijzonder waardevol om de kansen van de deelnemende landen in te schatten. Daarom de komende twee weekenden op ESF Magazine: een voorspelling van de halve finales zonder de liedjes te kennen. Vandaag nemen we de eerste halve finale onder de loep. Door: Dennis van Eersel

Natuurlijk: elk jaar kan alles weer anders zijn. De inzending van Nederland 2010 is op geen enkele manier vergelijkbaar met die van 2013 – en hetzelfde geldt voor veel andere landen. Maar omdat we nog maar weinig inzendingen voor 2014 kennen, moeten we het doen met de gegevens die we hebben. Wat nou, als alles nu eens níet anders is? Als alles hetzelfde blijft? Een voorspelling op basis van resultaten uit het verleden.

De eerste halve finale is dan in potentie de zwaarste. Het heeft één deelnemend land meer, drie van de vijf landen met een 100% score qua kwalificatie doen mee en ook Armenië haalt vaak veel punten bij landen die in deze halve finale meestemmen. Op basis van de gegeven punten tussen 2008 en 2013 door de deelnemende en meestemmende landen hebben wij de onderstaande statistische puntenverdeling gemaakt:

Statistieken eerste halve finale De verhouding voor de landen uit Scandinavië en de Baltische staten is het gunstigste in deze eerste halve finale. Gastland Denemarken stemt mee en Zweden, IJsland, Estland en Letland doen mee. Het sterkste blok met voormalige Sovjetlanden zit eveneens in de eerste halve finale. Naast Estland en Letland zijn ook Rusland, Oekraïne, Moldavië, Azerbeidzjan en Armenië van de partij. Ter vergelijking: Georgië, Litouwen, en Wit-Rusland zijn de enigen in de tweede halve finale, cultureel kun je daar Israël nog aan toevoegen.

De non-qualifiers op basis van het verleden

Allereerst het slechte nieuws. Op basis van statistieken uit het verleden haalt Nederland de finale niet. Niet heel verrassend, want voor het festival van 2013 heeft Nederland een stevig record neergezet met gefaalde pogingen in halve finales. Toch spreken de statistieken niet allemaal pessimistische taal.

Percent Symbols - Best Percentage Growth or Interest RateBelgië zit in dezelfde halve finale en geeft traditiegetrouw veel punten aan Nederland. Statistisch gezien zelfs meer dan dat Nederland aan de Belgen geeft. Ook Albanië is ons, opmerkelijk, vaak goed gezind. Een opvallende statistiek, die bewijst dat stemgedrag van landen op het songfestival nooit exact te voorspellen is.

Landen als Zweden, Roemenië, Estland en Azerbeidzjan lieten Nederland vaak links liggen. Toch gingen er wél punten naar de kwaliteitsinzending ‘Birds’. Nederland is dus een land dat absoluut met kwaliteit moet komen om veel punten binnen te harken.

Dat geldt ook voor België, San Marino en Letland. Op basis van het recente verleden, komen zij landen tegen die normaal niet op hem stemmen. De uitdaging is om hen ervan te overtuigen om dat nu wel te doen. Ook Montenegro en Hongarije moeten het meer dan ooit hebben van een breed gedragen inzending. De landen die doorgaans punten geven aan deze naties zijn er in deze eerste halve finale niet bij.

Één laatste trend over de zes potentiële afvallers is noemenswaardig: drie landen (Letland, San Marino, Montenegro) hebben een negatief record open staan, terwijl Hongarije en in mindere mate ook Nederland en België juist aan een opwaartse lijn bezig zijn. San Marino en Montenegro haalden überhaupt nog nooit de finale.

Wie redden het volgens de statistieken

Uiteraard zijn er ook landen die volgens de cijfertjes uit het verleden wél optimistisch kunnen zijn. Logischerwijs blijkt uit de statistieken dat Azerbeidzjan, Rusland en Oekraïne ook dit jaar de finale zouden halen. Al hun inzendingen tussen 2008 en 2013 stonden immers ook in de grote show op zaterdagavond en ze krijgen van nagenoeg ieder ander land dat mee stemt jaarlijks punten. Los van de landen die een culturele band met ze hebben, worden hun inzendingen dus ook breed gedragen door landen die geografisch en cultureel ver verwijderd zijn.

In de tabel (klik aan om groter te maken) is te zien dat ook IJsland het getroffen heeft. Dat Zweden en Denemarken altijd veel punten geven aan het cultureel sterk gelieerde eiland is logisch te verklaren, maar ook bij Spanje, Portugal, Hongarije, Moldavië en Montenegro weet de IJslandse bijdrage structureel de juiste snaar te raken. Of dit in 2014 weer het geval is zal de tijd ons leren.

Na Armenië, Zweden, Moldavië en Portugal (dat met Spanje en Frankrijk als mee-stemmers gunstig geloot heeft) begint de zone waarbij de puntentotalen niet zo ver meer uit elkaar lopen. De cijfers voor Albanië en Estland zijn beter dan voor België en Nederland, maar dat verschil is verwaarloosbaar. Deze landen hebben geen overduidelijk voordeel met meestemmende landen. Vooral bij Estland is dat opmerkelijk: gevoelsmatig denk je dat zij er goed voorstaan door de band met Rusland, Letland en Zweden. Van die drie stemt echter alleen Letland daadwerkelijk vaak op Estland.

De eerste conclusies

Wat niet vergeten moet worden is dat het voordeel dat het grote blok met Sovjetlanden heeft, ook een nadeel kan blijken. Vorig jaar was er een sterk blok met Balkanlanden, maar de onderlinge verdeeldheid was groot. Hun inzendingen waren niet zo sterk als de jaren ervoor en zo werden er niet heel veel punten gescoord; niet onderling, en ook niet in de rest van Europa. Dat kan dit jaar ook gebeuren met landen uit Oost-Europa, zeker als Nederland en België opnieuw met sterke inzendingen komen.

Maar uiteraard, met zo weinig landen in iedere halve finale, zal een relatief sterk lied met een goede uitvoering zich dit jaar plaatsen voor de finale. De statistieken tonen immers ook aan dat het stemgedrag van veel landen fluctueert. De statistieken tonen niet alleen culturele banden aan, maar zijn ook gevoelig voor de kwaliteit van een bepaalde inzending in een bepaald jaar. Als landen met een goede kwalificatiereeks (Griekenland, Azerbeidzjan) nu iets slechts insturen, staan de zaken er ineens heel anders voor.

Hoe komen deze statistieken tot stand

Hieronder kun je lezen waarop de cijfers uit de bovenstaande tabel zijn gebaseerd. ESF Magazine maakte gebruik van de uitslagen uit de periode 2008/2013. Er zijn veertien combinaties van landen die elkaar pas voor het eerst ontmoeten in de halve finales. Daardoor is er niet voor elke stemmogelijkheid data voorhanden. Zeven landen hebben niet aan tien verschillende landen in hun halve finale eerder punten gegeven. Daarom worden niet bij ieder land de punten van 12 tot en met 1 uitgedeeld.

Ik gebruik de statistische punten uit Nederland als voorbeeld:

Voorbeeld Nederlandse punten

Een 0 betekent dat beide landen in dat jaar samen in een halve finale zaten, maar dat Nederland het land geen punten gaf. Een blank vak betekent dat beide landen elkaar dat jaar niet tegenkwamen. Zo zien we dat Armenië het hoogste gemiddelde heeft wat betreft de gegeven Nederlandse punten, gevolgd door Zweden en België enzovoort enzovoort.

Het systeem is niet extreem accuraat, het blijft immers een statistische prognose. Nederland en Albanië kwamen elkaar bijvoorbeeld slechts één keer tegen, Oekraïne zat bijna altijd bij Nederland in de voorronde en IJsland juist nog nooit. Toch geven deze cijfers een aardige eerste indruk van de mogelijkheden voor elk land in deze halve finale. De statistieken duiden bepaalde culturele overeenkomsten aan, maar ook verschil in kwaliteit van de inzendingen, die bij sommige landen wellicht structureel beter is dan bij andere landen. Die statistieken zijn nooit leidend, maar geven voor de echte fans van het festival wel stof tot nadenken…


2 Comments


  1. // Reply

    ‘Ook Albanië is ons, opmerkelijk, vaak goed gezind. Een opvallende statistiek, die bewijst dat stemgedrag van landen op het songfestival nooit exact te voorspellen is.’

    De Albanese vakjury heeft er een handje van om, zeker in de halve finale, extra veel punten te geven aan de meest kansloze inzendingen, om daarmee hun eigen kansen te vergroten. Nederland behoorde jarenlang tot die landen met kansloze acts, dus vandaar dat we daar goed scoren.

    Verder een leuk overzicht, vooral opvallend dat IJsland op voorhand zo veel kans maakt om door te gaan.


    1. // Reply

      Nou Peter, ik kan je het nog sterker vertellen, want lees de laatste alinea nog maar eens, en dan vooral de zin: “Nederland en Albanië kwamen elkaar bijvoorbeeld slechts één keer tegen.” En wanneer was dat dan? In 2009, één van onze meest kansloze inzendingen ooit. Ik hecht dus aan dit cijfer geen enkele waarde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *