Sietse Bakker over de loting

Vorige week sprak hoofdredacteur Steef van Gorkum met Event Supervisor Sietse Bakker, over de allocation draw voor het Songfestival van 2014. Fragmenten uit dat gesprek komen terug in de discussie over terminologie. Hieronder echter, voor de geïnteresseerde lezer die alle details wil weten, een weergave van wat Bakker verder nog te melden had.

• Altijd op zoek naar verbetering •

In 2008 hadden we voor het eerst twee halve finales. Toen vroegen we ons af: Hoe houd je dat interessant? Oost en West van elkaar scheiden is niet interessant, dan krijg je halve finales waarin de ene helft van Europa zich niet aangesproken voelt en dus misschien ook wel niet gaan kijken. We wilden dat voorkomen door te mixen. En we dachten, dan kunnen we meteen twee vliegen in één klap slaan, door ook de kritiek over burenstemmen aan te pakken. • Door: Sietse Bakker •

Met onze partner Digame hebben we toen een model bedacht, om landen die traditioneel veel op elkaar stemmen uit elkaar te houden. We gingen destijds uit van het stemgedrag van de afgelopen 10 jaar. Landen die veel op elkaar stemmen kwamen in één pot terecht, waardoor de kans kleiner wordt dat ze in de halve finales bij elkaar komen.

Wij zijn tevreden over het resultaat van dat systeem: je ziet dat België en Nederland nu bij elkaar zitten, maar dat is niet altijd zo geweest. Hetzelfde geldt voor andere landen. Toch willen we het systeem blijven perfectioneren. Na 2008 is er steeds meer data beschikbaar gekomen, en die gebruiken we. Elke keer dat bijvoorbeeld Nederland toch bij België komt, en op hen stemt, verkleint dat de kans dat ze nog een keer bij elkaar komen.

Er kunnen nog steeds dingen verbeterd worden in dit systeem. Als er nieuwe deelnemers bij komen, moeten die ook een plek krijgen in de potten. Van Polen en Portugal hadden we nog oude data liggen, maar stel dat er nieuwe landen bij komen die niet eerder hebben meegedaan, dan hebben we daar geen data van. We moeten een goede procedure verzinnen om die landen toch in potten in te kunnen delen. Die procedure is er nog niet, maar dat komt te zijner tijd zeker goed.

Deelnemersaantal

Het aantal landen dat doorgaat blijft dit jaar tien, maar het is niet gezegd dat dat altijd zo blijft. Tien op dertien is misschien een beetje een raar aantal. Tegelijkertijd weten we dat doorgaan naar de finale altijd een boost geeft aan een land, dat zag je ook in Nederland. Je moet dus concessies doen tussen de geloofwaardigheid van de halve finale, en het aanwakkeren van enthousiasme in deelnemende landen.

Dit jaar hadden we te kampen met een teruglopend deelnemersaantal. De vraag is dan: hoe krijg je landen weer terug in de race? Volgend jaar is een jubileumjaar. We willen landen overhalen om toch weer mee te doen. Dan moet je je product verkopen. Natuurlijk kost een Songfestival geld, maar omroepen krijgen wel waar voor hun geld: zeven-en-een-half uur kwaliteitstelevisie met gegarandeerd hoge kijkcijfers.

Tegelijkertijd zoeken we ook naar oplossingen om de kosten te drukken. Dat werkt elkaar in de hand: hotelkosten kunnen omlaag als er meer landen meedoen, want dan kunnen wij betere deals voor de delegaties bedingen. Verder zou je het repetitieschema kunnen inkorten. Dat gaat dan wel ten koste van de kwaliteit. Op dit moment willen we dat niet; we hebben het schema vorig jaar al met één dag ingekort en daar blijft het dit jaar bij.

Overigens is geld niet altijd het probleem waarom landen een jaartje overslaan. Organisatorische zaken spelen ook een rol: Kroatië bijvoorbeeld wil zijn strategie heroverwegen na een paar jaar met slechte resultaten. Servië kampt met een overleden directeur, een man die heel veel deed voor het Songfestival in zijn land. Wie weet komen die landen volgend jaar dus gewoon weer terug.


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *