Steef’s Opinie • Eigenzinnige Hongaarse jury gaat de finale beïnvloeden

Er komt weer een druk voorrondeweekend aan met op zaterdag finales in Finland, Slovenië, Noorwegen en Moldavië. En ook in Hongarije, het land waar onze hoofdredacteur Steef van Gorkum twee jaar woonde. Hij is tijdelijk terug om de voorronde daar te volgen, en blikt vandaag voor ESF Magazine vooruit op de finale van A Dal. • Door: Steef van Gorkum •

“De Hongaarse voorronde is een kijkcijferkanon en heeft daarnaast ook nog tot goede Songfestivalresultaten geleid in de afgelopen jaren. Dat de uitslag niet altijd op even democratische manier tot stand komt, nemen de Hongaren graag voor lief – de show is spectaculair en levert bovendien steeds een inzending op om trots op te zijn. Daar gaat het om.

De vakjury heeft in voorgaande jaren vaak een flink stempel gedrukt op de selectieprocedure en zaterdag zal dat niet anders zijn. Hoewel de uiteindelijke keus in de superfinale gemaakt wordt door 100% televoting, bepaalt de jury welke vier finalisten in die superfinale komen. En daarbij schrikken ze er niet voor terug om tactisch te stemmen, of favorieten onderuit te halen.

De punkband Mushu kun je alvast afstrepen voor Stockholm. Hoe interessant hun lied over slavernij en de negerhut van oom Tom ook is, het heeft te weinig steun van de vakjury om enige kans te maken. Hetzelfde geldt voor het duet ‘Seven Seas’, gezongen door Olivér en Andi, die puur op televotingsteun de finale gehaald hebben. In het verleden gebeurde het wel eens dat de vakjury in Hongarije onder druk van publiekssteun zijn mening wijzigde (ByeAlex is een goed voorbeeld), maar ik denk dat het dit jaar niet gaat gebeuren.

Operazanger André Vásáry heeft het omgekeerde probleem. Jurylid Pierrot ziet in hem de ideale kandidaat voor Stockholm en ook andere juryleden zijn positief, maar zijn Cezar-achtige lied heeft weinig steun onder het publiek. Ook de typisch Hongaarse zigeunerband Parno Graszt, waarvan de zangeres in de kwartfinale plots begon te huilen tijdens haar optreden, is niet populair genoeg onder televoters om het ticket voor Stockholm te winnen.

Outsider Petruska heeft iets meer steun bij het publiek, maar of hij zijn torenhoge jurypunten vervolg kan geven in een eventuele superfinale blijft een vraagteken. De singer-songwriter brak pas vorig jaar door met een album over de metrohaltes in Budapest, en verrast nu vriend en vijand met een opzwepend lied over de donkere gedachten die hem depressief maken.

Blijven over de drie grote namen waar Hongarije al weken over praat. Freddie is topfavoriet met zijn groteske powerballad “Pioneer”, die qua tekst wel wat weg heeft van Mans Zelmerlöw’s “Heroes”. Zijn lied klinkt duidelijk het meest internationaal van allemaal. Maar mijn persoonlijke favoriet is voormalig X-factor winnaar Oláh Gergö, die juist de etnische kant op is gegaan en een overtuigende live-performance geeft van “Gyöz a jó”, gevuld met traditionele gypsy-violen.

Voor de buitenlandse Songfestivalfans is András Kállay-Saunders de meest bekende naam. Zijn rocklied “Who we are” is tot nu toe comfortabel door de voorrondes gekomen, en onder het publiek is Kállay-Saunders enorm populair. Maar ik heb het vermoeden dat de altijd eigenzinnige Hongaarse jury voor een verrassing gaat zorgen door hem buiten de superfinale te houden. In plaats daarvan sturen ze dan wellicht Parno Graszt of André Vásáry door, die in de beslissende televoting vervolgens kansloos zijn.

Hieronder zie je mijn lijstje voor zaterdag. Als je de finale met mijn livecommentaar wilt volgen, tune dan in op ESCDaily.com!”

***** Freddie – Pioneer
**** Oláh Gergo – Gyöz a jó, Kalláy Saunders Band – Who we are
*** Petruska – Trouble in my mind, André Vásáry – Why
** Parno Graszt – Már nem szédülök, Olivér & Andi – Seven Seas
* Mushu – Uncle Tom


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *